Jeruzalem: sjtreimels, stilte en de Pretzelman

Wat een bijzondere stad is Jeruzalem! Een kruispunt van wereldreligies, en dat voel je. Het is heerlijk om door de ommuurde oude stad te dwalen, waar kinderen op fietsjes door de nauwe straten crossen. Hier en daar wordt falafel gefrituurd. Kleine souvenirwinkeltjes verkopen t-shirts van Pika-Jew en Guns N’ Moses. Sla je een steegje in, ben je ineens alleen en waan je je eeuwen terug in de tijd.

Volg de sjtreimels!

Het is hartje zomer als ik met drie vriendinnen naar Jeruzalem afreis. Bij aankomst is de stad volledig verstild. Er is nauwelijks verkeer op straat. Alle winkels en restaurants zitten potdicht. Het is sjabbat, de joodse rustdag. Tegen het einde van de middag zien we in het zwart geklede groepjes opduiken met keppeltjes, lange pijpenkrullen en bonthoeden (sjtreimels). Daar moeten we achteraan!

De stoet leidt – hoe kan het ook anders – naar de Klaagmuur. Deze muur wordt beschouwd als het enige overblijfsel van de joodse tempel die hier ooit stond. Het is bijzonder om te zien hoe intens mensen hier hun geloof belijden. Ze staan prevelend met hun voorhoofd tegen de muur en stoppen briefjes met gebeden tussen de stenen. Uit respect loopt iedereen achteruit bij de muur vandaan. Wij dus ook, al voelt dat toch wat vreemd.

Als we op maandagochtend nog eens terugkomen bij de Klaagmuur, is het een drukte van jewelste. Dertienjarige jongens vieren er hun bar mitswa, het moment dat ze in religieus opzicht volwassen worden. Er wordt gedanst en gezongen. Vrouwen kijken toe van achter een wandje; zij moeten aan hun eigen kant van de muur blijven. 

Gespannen stilte

Pal naast de Klaagmuur, bovenop de Tempelberg, liggen ook twee van de belangrijkste islamitische heiligdommen: de Rotskoepel en de Al-Aqsa moskee. Als niet-moslim mag je er niet naar binnen, maar via een speciale ingang mag je wel de Tempelberg op. Voor omgerekend zes euro moet ik een lange rok huren. Mijn eigen rok is weliswaar lang genoeg, maar zou heel misschien een klein beetje door kunnen schijnen. Ach ja.

We hadden grote drukte verwacht, maar treffen een vrijwel verlaten Tempelberg. Kwestie van goede timing? Of zijn de toeristen weg gebleven vanwege de heftige rellen eerder die week? In de dagen dat wij in Jeruzalem zijn, is de sfeer immers gespannen. Overal in de oude stad staan groepjes zwaarbewapende militairen. De meesten leunen loom tegen een muur, hun enorme wapen nonchalant op de heup. Sommigen eten een ijsje. In de media zien we dat deze kalmte verraderlijk is: er is bijna dagelijks een gewelddadige confrontatie, waarbij stenen en kogels over en weer vliegen. Wij krijgen daar echter niets van mee. In alle rust genieten we van de kleurige mozaïeken en de gouden Rotskoepel die schittert in de zon.

De lijdensweg

Ook voor christenen is Jeruzalem een bijzondere plek. Door de oude stad loopt de Via Dolorosa, de weg die Jezus tweeduizend jaar geleden met het kruis op zijn rug zou hebben afgelegd. Aan het einde van dit pad staat de Heilige Grafkerk. Volgens de overlevering is Jezus hier aan het kruis genageld, begraven en verrezen. We zien er gelovigen van over de hele wereld. Kleurrijke groepen Afrikanen, Amerikanen op groepsreis, mannen in lange zwarte gewaden. Ze bidden en storten zich op de marmeren steen waarop het lichaam van Jezus gebalsemd zou zijn. Sommigen laten een traan, een enkeling maakt een selfie. 

Jezus en de Pretzelman

Bij het verlaten van de oude stad willen we een pretzel kopen voor bij het ontbijt. We mogen hem gratis meenemen, zegt de man achter het kraampje, als we het antwoord op zijn raadsel weten: waarom is Jezus nooit teruggekeerd naar Jeruzalem? We hebben natuurlijk geen flauw idee. “Omdat hij geen visum kreeg! Haha!”

We lachen wat ongemakkelijk om dit wrange grapje. Er zit een kern van waarheid in: Palestijnen die, net zoals Jezus tweeduizend jaar geleden, geboren worden in Bethlehem of elders op de Westelijke Jordaanoever, mogen niet zomaar Jeruzalem in. Daarvoor hebben ze een lastig te verkrijgen travel permit nodig. Voor toeristen is het echter vrij eenvoudig om langs de checkpoints te komen. We besluiten de volgende dag de bus naar Bethlehem te nemen.

Wordt vervolgd.